Techniek in de Delta

Samen leren en werken voor meer technisch talent

Regiobreed

Illustratie Golvende lijnen

Het project ontwikkelt een nieuw instroom en onderwijsprogramma voor techniek. Deelnemers volgen eerst een kort voorschakeltraject met aandacht voor basisvaardigheden, werknemersvaardigheden en VCA. Daarna volgen zij een brede techniekopleiding op Mbo niveau. Zij werken en leren in de praktijk bij bedrijven in metaal, food, maintenance en automotive. Zo ontstaat een praktische en kansrijke route naar duurzaam werk. Het project verbindt onderwijs, bedrijven en gemeenten. Daarmee groeit een regionale aanpak voor technisch talent. Die aanpak vormt een basis voor een toekomstige Techniek Hub.

Wat gaan we realiseren?

Techniek in de Delta ontwikkelt en realiseert een nieuwe regionale leerwerkroute naar technische beroepen. In de pilot starten minimaal 12 deelnemers die via een combinatie van praktijkleren, coaching, maatwerkonderwijs en werkervaring worden voorbereid op een duurzame toekomst in de techniek. Het traject bestaat uit een voorschakelprogramma, gevolgd door een twaalf weken durende praktijkgerichte techniekroute waarin deelnemers kennismaken met verschillende technische vakgebieden, waaronder metaal, maintenance, elektrotechniek en automotive. Door deze brede oriëntatie ontdekken deelnemers waar hun talenten en interesses liggen voordat zij een definitieve beroepskeuze maken.

Deelnemers volgen onderwijs op maat, behalen relevante certificeringen en ontvangen Edubadges en microcredentials waarmee verworven kennis en vaardigheden officieel worden erkend. Het programma wordt ontwikkeld vanuit een skills-based benadering, waarbij competenties en talenten centraal staan in plaats van uitsluitend diploma’s of werkervaring.
Naast het opleiden van deelnemers realiseert het project een duurzame samenwerking tussen onderwijs, werkgevers, gemeenten en arbeidsmarktpartners. Gezamenlijk worden afspraken gemaakt over begeleiding, leerwerkplekken, doorstroom naar werk en baangarantie. Hierdoor ontstaat een nieuwe regionale aanpak die beter aansluit op de behoeften van zowel werkgevers als werkzoekenden.

De ambitie reikt verder dan de eerste pilotgroep. Techniek in de Delta legt de basis voor een structurele aanpak waarmee de regio ook in de toekomst technisch talent kan aantrekken, ontwikkelen en behouden. De opgedane kennis, samenwerkingsafspraken en ontwikkelde leerroutes vormen daarbij een fundament voor verdere opschaling binnen de Zuid-Hollandse Delta.

Wat is de kracht van de regio in dit project?

De regio heeft sterke technische bedrijven en betrokken onderwijsinstellingen. Ook zijn gemeenten en werkpartners actief aangesloten. Daardoor kan snel worden geschakeld tussen vraag en aanbod.
Bedrijven bieden leerplekken en praktijkervaring. Onderwijs ontwikkelt passende leerroutes en begeleiding.
Gemeenten zorgen voor toeleiding van kandidaten. Door alle partijen te verbinden, kan technisch talent lokaal worden opgeleid en behouden.

 

Welke impact heeft het project?
  • +/-12 deelnemers starten in 2026
  • Ook worden +/-12 duurzame plaatsingen gerealiseerd
  • Daarnaast sluiten +/- 12 partners een samenwerkings convenant
  • Ook wordt minimaal één maatwerkopleiding ontwikkeld
  • Verder ontstaat minimaal één Mcrocredential en of Edubadge.

De impact zit ook in de bredere opbrengst. Meer mensen vinden een passende plek in de techniek. Bedrijven krijgen sneller toegang tot nieuw talent. De samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven wordt sterker. De regio wordt minder afhankelijk van arbeidskrachten van buiten.

Initiatiefnemers

Techniek College Rotterdam

 

Status in uitvoering

Stand van zaken

Het project is op 1 januari 2026 gestart en bevindt zich momenteel in de implementatiefase. In de afgelopen maanden is de basis gelegd voor de eerste uitvoering van het leerwerktraject.
Het voorschakeltraject van Voorne-Putten Werkt (Leerlijn Techniek) is ontwikkeld en ook het inhoudelijke programma van de twaalfweekse mbo-techniekroute is volledig uitgewerkt. Daarnaast zijn de benodigde ondersteunende documenten, processen en samenwerkingsafspraken opgesteld om deelnemers, onderwijsinstellingen en werkgevers optimaal te ondersteunen tijdens het traject.

Ook op het gebied van erkenning en certificering zijn belangrijke stappen gezet. De aanvragen voor Edubadges en microcredentials zijn in voorbereiding, zodat deelnemers hun verworven kennis en vaardigheden ook formeel kunnen laten erkennen.

Parallel hieraan is gewerkt aan de werving van deelnemers en werkgevers. De projectwebsite is gereed en sinds mei 2026 worden deelnemers actief geworven via Voorne-Putten Werkt, aangesloten netwerken, sociale media en partnerorganisaties.
Binnen Voorne-Putten Werkt is een speciale omgeving ingericht voor de aanmelding en begeleiding van kandidaten en zijn jobcoaches actief betrokken bij de werving en voorbereiding van deelnemers.
Aan werkgeverszijde hebben drie founding partners zich verbonden aan het initiatief: Sif, Tuinderij Vers en Global Automotive Group. Gezamenlijk bieden zij ruimte voor de eerste leerwerkplekken binnen het traject.

Tegelijkertijd lopen gesprekken met aanvullende bedrijven om het netwerk van werkgevers verder uit te breiden en voldoende capaciteit te creëren voor toekomstige groepen deelnemers.
De komende periode staat in het teken van het afronden van de werkgeverswerving, het selecteren van deelnemers en het voorbereiden van de eerste uitvoering van het leerwerktraject na de zomer van 2026.

Qua opleidingslocaties (Motor en voertuigen techniek en een gymzaal) zijn er nog onzekerheden. Deze kunnen pas definitief gemaakt worden zodra de inroostering van VO en Mbo gereed zijn.

Leerpunten

Leerpunten

1. Werkgevers enthousiast, maar ook voorzichtig
De belangstelling vanuit bedrijven is groot. Tegelijkertijd blijkt dat werkgevers vooraf goed willen begrijpen wat er van hen wordt gevraagd op het gebied van begeleiding, capaciteit en inzet van medewerkers. Vooral de impact op de dagelijkse operatie en de beschikbaarheid van praktijkbegeleiders speelt hierbij een belangrijke rol.
2. Economische ontwikkelingen vragen om flexibiliteit
De arbeidsmarkt en economische situatie van bedrijven veranderen snel. Tijdens de voorbereidingsfase bleek dat organisaties die aanvankelijk wilden deelnemen hun betrokkenheid soms moeten heroverwegen door veranderende bedrijfsomstandigheden. Dit onderstreept het belang van voldoende spreiding van partners en het organiseren van alternatieven.
3. Duurzame samenwerking vraagt om centrale coördinatie
Een belangrijke doelstelling van de pilot is dat het leerwerktraject uiteindelijk door de betrokken organisaties zelf kan worden voortgezet. Tegelijkertijd laat de ontwikkelfase zien dat structurele afstemming tussen onderwijs, werkgevers en publieke partners essentieel blijft. Een onafhankelijke coördinatiefunctie helpt om belangen te verbinden, voortgang te bewaken en gezamenlijke besluitvorming te ondersteunen.
4. Beschikbaarheid van geschikte leslocaties vraagt blijvende aandacht
Voor het project is gekozen voor een hybride inrichting van les- en praktijklocaties. Door interne veranderingen bij betrokken organisaties en onderwijsinstellingen blijkt het organiseren en borgen van geschikte locaties complexer dan vooraf verwacht. Dit vraagt om flexibiliteit en voortdurende afstemming tussen partners.
5. Commitment van beslissingsbevoegde stakeholders is cruciaal
De pilot laat zien dat enthousiasme in de initiatiefase niet altijd automatisch leidt tot blijvende betrokkenheid. In enkele gevallen bleken gesprekspartners onvoldoende beslissingsbevoegd om gemaakte verwachtingen waar te maken. Vroegtijdige betrokkenheid van besluitvormers draagt bij aan een steviger fundament onder de samenwerking.
6. Balans vinden tussen ambitie en inclusiviteit
Een van de grootste uitdagingen binnen het project is het verbinden van verschillende belangen. Werkgevers zoeken nieuwe instroom die zo snel mogelijk inzetbaar is, onderwijs richt zich op succesvolle afronding van het leertraject en arbeidsmarktpartners willen juist ook kansen creëren voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben. Het ontwikkelen van een programma dat ruimte biedt aan deze verschillende doelstellingen vraagt om maatwerk, flexibiliteit en voortdurende dialoog tussen alle betrokken partijen.
Deze laatste vind ik eigenlijk de meest waardevolle les van allemaal, omdat die precies raakt aan de kern van publiek-private samenwerking: verschillende partijen willen hetzelfde eindresultaat, maar kijken vanuit een ander perspectief naar wat daarvoor nodig is

Actuele aandachtspunten

  • Verbreden van het netwerk van deelnemende werkgevers.
  • Invullen van de leerwerkplekken voor de eerste groep deelnemers.
  • Afronden van de erkenning en inrichting van Edubadges en microcredentials.
  • Organiseren van een soepele overdracht tussen voorschakeltraject, onderwijs en werkgevers.
  • Opzetten van een monitoringssystematiek om resultaten en doorstroom goed te kunnen volgen.