Waar moet uw projectbegroting aan voldoen?
De projectbegroting moet bestaan uit de volgende 3 onderdelen:
- Loonkosten
- Kosten derden/externe inhuur
- Materiele kosten
Hieronder leggen we uit wat onder welke post valt, wat u dient aan te geven en hoe u dat berekent.
Wat zijn loonkosten? En hoe berekent u deze?
Onder loonkosten wordt verstaan: salaris + werkgeverslasten van eigen personeel. U berekent deze door het aantal uur inzet te vermenigvuldigen met het uurtarief.
Voor het bepalen van het uurtarief kunt u kiezen uit 2 methodes:
Methode 1: vast uurtarief € 60
Bij het vast uurtarief horen de volgende kosten:
- Een vast uurtarief voor directe loon- en arbeidskosten en indirecte kosten van € 60.
- Uren moet u kunnen verantwoorden op basis van tijdschrijven per project en/of een specifieke projectadministratie.
- NB. Voor overheden en organisaties met een wettelijke taak geldt altijd de vaste uurtariefberekening in de begroting).
Methode 2: loonkosten plus vast opslag
Bij de loonkosten plus vaste opslag horen de volgende kosten:
- Een uurtarief voor directe loonkosten. Dit berekent u door de directe loonkosten per jaar te delen door 1.600 uur. Er wordt rekening gehouden met een opslag van 20% over de directe kosten als vergoeding voor indirecte kosten (overhead). Gebruik voor het berekenen van het uurtarief, de werkgeverslasten 44,2% en de 20% opslag onze rekenhulp: bepalen van uurtarief*. Dit tarief bedraagt maximaal € 93. Bij deze methode is sprake van een verzwaarde administratieve bewijslast
- Het berekende uurtarief moet u bij de eindverantwoording kunnen verantwoorden o.b.v. salarisstroken of jaaropgaves per medewerker
- Het aantal ingezette uren moet u bij de eindverantwoording kunnen verantwoorden op basis van tijdschrijven per medewerker en/of een specifieke projectadministratie.
- *) deze rekenhulp kunt u opvragen bij het regiobureau via info@regiozhd.nl
Wat valt onder kosten derden/ externe inhuur?
Hieronder wordt verstaan:
Kosten voor werk door niet-eigen personeel, zoals: adviseurs, ingehuurde experts, onderzoeksinstellingen, onderaannemers.
Hoewel de regeling geen expliciete categorie “kosten derden” vermeldt, valt externe inhuur ervan onder “kosten die direct verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteiten”. Zolang deze inhuur noodzakelijk is en aantoonbaar project gerelateerd, kunnen ze in principe subsidiabel zijn. Dat betreft dus de werkelijke gemaakte kosten van die derde partij. Het tarief moet marktconform zijn.
U berekent de kosten op basis van offertes.
Wat zijn materiele kosten?
Onder materiele kosten vallen project specifieke materialen en appratuur. Deze zijn enkel subsidiabel als de kosten direct aan het project gerelateerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan: Machines, grondstoffen, softwarelicenties.
U berekent de kosten op basis van offertes.